Voor iedereen die aan het lijnen is en voor alle koolhydratenhaters alvast een waarschuwing. Deze gaat over broodjes. Niets lekkerder dan kookboeken lezen wanneer je op een streng dieet staat natuurlijk, maar u bent gewaarschuwd.
Nu ik zelf een eiwitdieet aan het volgen ben, staan broodjes niet op het menu. Nou ja, een week of twee geleden heb ik bij een portie onovertroffen rillettes twee stukjes vers geroosterd, heerlijk ambachtelijk brood tot mij genomen. Plus een glas Sauvignon blanc. Foei! In deze tijd van tarwegrassmoothies en gojibessenshakes vergeten we misschien wel eens hoe lekker een gewoon, echt goed broodje kan zijn. Hier volgt dus een opsomming van mijn persoonlijke favoriete broodjesherinneringen - in willekeurige volgorde.
Een zijdezacht kadetje, van de warme bakker, met dik roomboter en rosbief - met een beetje versgemalen peper en zout. (Jammie!! dit geldt ook voor de broodjes hieronder).
Af en toe een puddingbroodje van de bakker - zachte zoete gele smurrie op een zacht wit broodje, lichtjes bestoven met poedersuiker - als mijn moeder mij op woensdagmiddag in Amsterdam van de kleuterschool haalde, liepen we daarna even langs de bakker. Zoete herinnering - in meer dan een opzicht. Allang niet meer gehad trouwens.
Broodje fricandeau in een lunchroom waar ik als zestien-, zeventienjarige een van mijn allereerste zaterdagbaantjes had. Wat had ik na een ochtend hard werken honger tussen de middag - wolfing down het bewuste broodje! Geur van koffie uit de espressomachine waar bovenop speculaasjes warm bleven (en die regelmatig door mij werden verorberd als ik dacht dat niemand het zag...).
Vette bek: een vers saucijzenbroodje, ook alweer van de echte bakker!
Witbrood met aardbeien, tussen de middag thuis in de zon, op de basisschool.
Deel uw broodjesherinneringen met me!
zaterdag 23 januari 2016
dinsdag 15 december 2015
Vom Schränkchen bis an die Wand
Oftewel steenkolenduits voor: van het kastje naar de muur. (Nu ik erover nadenk, klopt die uitdrukking eigenlijk helemaal niet. Het kastje is toch iets anders dan de muur? Het zou moeten zijn: van het kastje naar de muur en weer terug. Of zo. Iets dergelijks is er aan de hand met "met een kluitje in het riet gestuurd worden". Wat is er mis mee om met een - mits lekker - kluitje van het een of ander in het riet gestuurd worden en daar bijvoorbeeld lekker rustig eendjes kijken? Maar dit terzijde).
Laat ik even benadrukken dat we in grote lijnen tevreden zijn over de (medische) zorg die wij hier krijgen. Maar hier vielen wel heel veel steken. En moet het nou zo omslachtig? Hallo.... het is 2015! Het geweeklaag betreft het volgende: jongste brak een week of drie zijn pols tijdens een schoolvoetbaltoernooi. Foutje van onze kant: het betrof een Schulunfall, en dus hadden wij in Nederland naar de Spoedeisende Hulp moeten gaan. Uiteraard werden we hiervoor streng berispt. De pols van jongste zoon had een miniem scheurtje, bleek pas drie dagen later, toen wij werden gebeld door een arts uit het plaatselijke ziekenhuis: bij nadere bestudering van de foto's bleek pols niet gekneusd, maar was er toch een heel kleine fractuur te zien. Maandag terug en wederom uren op de 'Notfallambulanz' doorgebracht (Ambulanz betekent hier iets als polikliniek, een ambulance is een Krankenwagen!). Pootje ingegipst, althans voorzien van een kunststof ding. Om onduidelijke redenen moesten we de volgende dag weer terug. Opnieuw lang wachten in de niet al te frisse omgeving van de Eerste Hulp - ongewassen types en alcoholwalmen. De dames achter de receptie waren nou ook niet bepaald vriendelijk te noemen. Maar goed: ik geef het je te doen. Waarschijnlijk nog 'geringfügig beschäftigt' ook.
Jongste had nu om zijn kunststof koker een mooi knalrood verband dat door klasgenoten onmiddellijk werd voorzien van namen en teksten. Na drie weken laten controleren door de huisarts. Braaf een afspraak gemaakt, maar de huisarts - een invalster - wist niet waarvoor wij kwamen, terwijl ik dat toch aan de assistente had gemeld. Dus weer naar het ziekenhuis voor een röntgenfoto, met "Einweisung". Al enigszins gepikeerd - want al meer dan een uur verloren met wachten en heen-en-weer-rijden. De dame achter de receptie was er niet aardiger op geworden, en opnieuw werden wij streng beknord: we hadden met een Überweisung moeten komen. Zo kon ze ons niet helpen - en met inmiddels zwaar de pest in verlieten we onverrichterzake, nog steeds met knalrood ingegipste pols, het ziekenhuis. Beneden gekomen er toch nog even een telefoontje aan gewaagd naar de huisarts: natuurlijk, we moesten ons niet laten wegsturen, ze zou onmiddellijk het benodigde document faxen, "direct aan het nummer van de Notfallambulanz", zo instrueerde ik haar nog. Wij weer terug en bij de balie verheugd medegedeeld dat de Assistentin de Überweisung direct zou faxen. Bent u er nog trouwens? Opnieuw landerig wachten. Na 20 minuten maar eens nagevraagd of het al "geklappt" had. Nee, nog geen fax. De ervaring was - zo luidde het antwoord - dat er vaak naar het verkeerde nummer werd gefaxt, dat van de directie. De ontvangen fax werd dan per interne post naar de Notfallambulanz gestuurd, en die ontvingen ze dan de volgende ochtend. U zult begrijpen wat er hierna gebeurde. We zijn naar huis gegaan. Er moest nog gegeten en huiswerk gemaakt worden.
Het felbegeerde document heb ik, na ongegeneerd voordringen vanochtend in de praktijk, inmiddels bemachtigd. Vanmiddag kunnen we dus in de herkansing. Ik verheug me er nu al op. Toch vanmiddag maar de gevulde paprika's alvast maken.
Laat ik even benadrukken dat we in grote lijnen tevreden zijn over de (medische) zorg die wij hier krijgen. Maar hier vielen wel heel veel steken. En moet het nou zo omslachtig? Hallo.... het is 2015! Het geweeklaag betreft het volgende: jongste brak een week of drie zijn pols tijdens een schoolvoetbaltoernooi. Foutje van onze kant: het betrof een Schulunfall, en dus hadden wij in Nederland naar de Spoedeisende Hulp moeten gaan. Uiteraard werden we hiervoor streng berispt. De pols van jongste zoon had een miniem scheurtje, bleek pas drie dagen later, toen wij werden gebeld door een arts uit het plaatselijke ziekenhuis: bij nadere bestudering van de foto's bleek pols niet gekneusd, maar was er toch een heel kleine fractuur te zien. Maandag terug en wederom uren op de 'Notfallambulanz' doorgebracht (Ambulanz betekent hier iets als polikliniek, een ambulance is een Krankenwagen!). Pootje ingegipst, althans voorzien van een kunststof ding. Om onduidelijke redenen moesten we de volgende dag weer terug. Opnieuw lang wachten in de niet al te frisse omgeving van de Eerste Hulp - ongewassen types en alcoholwalmen. De dames achter de receptie waren nou ook niet bepaald vriendelijk te noemen. Maar goed: ik geef het je te doen. Waarschijnlijk nog 'geringfügig beschäftigt' ook.
Jongste had nu om zijn kunststof koker een mooi knalrood verband dat door klasgenoten onmiddellijk werd voorzien van namen en teksten. Na drie weken laten controleren door de huisarts. Braaf een afspraak gemaakt, maar de huisarts - een invalster - wist niet waarvoor wij kwamen, terwijl ik dat toch aan de assistente had gemeld. Dus weer naar het ziekenhuis voor een röntgenfoto, met "Einweisung". Al enigszins gepikeerd - want al meer dan een uur verloren met wachten en heen-en-weer-rijden. De dame achter de receptie was er niet aardiger op geworden, en opnieuw werden wij streng beknord: we hadden met een Überweisung moeten komen. Zo kon ze ons niet helpen - en met inmiddels zwaar de pest in verlieten we onverrichterzake, nog steeds met knalrood ingegipste pols, het ziekenhuis. Beneden gekomen er toch nog even een telefoontje aan gewaagd naar de huisarts: natuurlijk, we moesten ons niet laten wegsturen, ze zou onmiddellijk het benodigde document faxen, "direct aan het nummer van de Notfallambulanz", zo instrueerde ik haar nog. Wij weer terug en bij de balie verheugd medegedeeld dat de Assistentin de Überweisung direct zou faxen. Bent u er nog trouwens? Opnieuw landerig wachten. Na 20 minuten maar eens nagevraagd of het al "geklappt" had. Nee, nog geen fax. De ervaring was - zo luidde het antwoord - dat er vaak naar het verkeerde nummer werd gefaxt, dat van de directie. De ontvangen fax werd dan per interne post naar de Notfallambulanz gestuurd, en die ontvingen ze dan de volgende ochtend. U zult begrijpen wat er hierna gebeurde. We zijn naar huis gegaan. Er moest nog gegeten en huiswerk gemaakt worden.
Het felbegeerde document heb ik, na ongegeneerd voordringen vanochtend in de praktijk, inmiddels bemachtigd. Vanmiddag kunnen we dus in de herkansing. Ik verheug me er nu al op. Toch vanmiddag maar de gevulde paprika's alvast maken.
dinsdag 1 september 2015
De dag die je wist dat zou komen
Nee, ik bedoel niet deze dag ("Alweer een jaartje ouder, zei Kikker hartelijk."). De dag dat ook jongste zoon naar de middelbare school gaat. En was die nou maar om de hoek, dan zou ik het allemaal een heel stuk makkelijker vinden. Een heel jaar, heel groep 8 lang, heb ik ertegenaan lopen hikken - piekeren, wakker liggen en bedenken hoe we jongste zo goed mogelijk door deze belangrijke veranderingen kunnen gaan loodsen. We zijn een heel eind op weg. Mooi nieuw bureau, overzichtelijk, doch niet geheel smetteloos gekafte boeken, fiets in orde, oudste begeleidt zijn broer op de fiets, de route is al een paar keer gefietst ....
Gisteren de introductiedag: dat was nog even halen en brengen. Vandaag voor het eerst op pad voor de eerste echte lessen: jongste mocht het spits afbijten met biologie. Hoe vindt hij het? Hoe zullen de contacten met klasgenoten verlopen? Vindt hij snel nieuwe vriendjes? Gaat hij zijn agenda wel goed bijhouden? Wat een raar idee dat ik zelf ook amper 12 was toen ik naar de brugklas ging. Ooit nam ik op een zonnige nazomerdag - het kan ook in de tweede zijn geweest - een omweg via het Doornse Gat om daar door de al licht verkleurende prachtige natuur wat rond te fietsen. Ik genoot. Niks WhatsApp en mobieltjes toen natuurlijk. Toen ik later dan normaal thuiskwam, was mijn moeder woest. Wat was ze ongerust geweest.
Van alle tijden dus. Opnieuw zitten duizenden ouders deze dagen in hun piepzak. Of hebben het al een beetje achter de rug. Sterkte iedereen, en over een paar weken lachen we met zijn allen hard om. Het hoort er allemaal bij.
Gisteren de introductiedag: dat was nog even halen en brengen. Vandaag voor het eerst op pad voor de eerste echte lessen: jongste mocht het spits afbijten met biologie. Hoe vindt hij het? Hoe zullen de contacten met klasgenoten verlopen? Vindt hij snel nieuwe vriendjes? Gaat hij zijn agenda wel goed bijhouden? Wat een raar idee dat ik zelf ook amper 12 was toen ik naar de brugklas ging. Ooit nam ik op een zonnige nazomerdag - het kan ook in de tweede zijn geweest - een omweg via het Doornse Gat om daar door de al licht verkleurende prachtige natuur wat rond te fietsen. Ik genoot. Niks WhatsApp en mobieltjes toen natuurlijk. Toen ik later dan normaal thuiskwam, was mijn moeder woest. Wat was ze ongerust geweest.
Van alle tijden dus. Opnieuw zitten duizenden ouders deze dagen in hun piepzak. Of hebben het al een beetje achter de rug. Sterkte iedereen, en over een paar weken lachen we met zijn allen hard om. Het hoort er allemaal bij.
woensdag 12 augustus 2015
Zon, zee, strand en .... WiFi
Ouders en pubers samen op vakantie - het is soms wat moeizaam, to say the least. Ouders willen uitrusten. Historische stadjes bekijken. Op hun gemak een cappuccino drinken. De kathedraal bewonderen. Heerlijk genieten van de zee aan een klein kiezelstrandje terwijl de zon in een wolkenloze hemel omlaag klimt - richting de avond. Boeken lezen. Uitgebreid genieten van het eten in een authentiek restaurantje. Pubers zijn eigenlijk maar in een ding geïnteresseerd: Wat. Is. Het. Wachtwoord. Van. De. WiFi.
In ons eerste appartementje vlakbij het piepkleine en prachtige Dalmatische stadje Trogir hing het wachtwoord pontificaal op de muur geplakt, boven de tv - die overigens niet is aangeroerd, en die in mijn optiek in de gebrekkige keuken beter een extra kastje had kunnen zijn met een wat uitgebreider arsenaal aan keukenspullen. Maar hey, mij hoor je niet klagen - zolang het WiFi-wachtwoord maar bekend is. WiFi was op deze locatie heel gebrekkig, dus dat verpestte natuurlijk de eerste vakantieweek al. Dat je binnen 2 minuten op een heerlijk strandje met kristalheldere zee stond, boeide natuurlijk niet. Het eeuwenoude plaveisel in Trogir, waarover al vanaf de Romeinse tijd miljoenen voeten hebben gelopen ook niet. Laat staan de historische binnenstad van Split - waar je eigenlijk rondwandelt binnen de muren van het paleis van de Romeinse keizer Diocletianus. Niet interessant, want niet online....
Heel herkenbaar voor elke puberouder waarschijnlijk. En wat ergerlijk dat je je eigen ouders hoort praten en je vermanen - wat loop je weer te hangen, ga eens wat doen, lig je nou nog in je bed....? Om de kindertjes uit Biafra er maar niet met de haartjes bij te slepen. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik ook ooit als puber (een jaar of veertien) bijna een hele week - althans in de beleving van mijn ouders - in de kajuit van een bootje heb doorgebracht terwijl mijn ouders daarmee de Theems afvoeren. Beresaai, al die oevers en stadjes langs de kant. Maar wat deed ik in het vooronder? Ik was volkomen gegrepen door een creatieve flow, en zat al die uren gordijnstoffen te ontwerpen met een groot pak viltstiften voor mijn neus. In de rotsvaste overtuiging dat ik na de vakantie contact zou opnemen met een fabrikant van gordijnstoffen en dat die mijn ontwerpen natuurlijk direct zou kopen. Toch iets anders dan urenlang passief YouTube-filmpjes van internetgekkies bekijken.
En natuurlijk: we hebben met zijn allen genoten van de Plitvice-meren (National Park: bovenaards mooi, maar ontloop de Japanners!), het zwemmen in de heerlijke zee en het zwembad, ijsjes, pizza's en de jongens van de doodenge Zip Line waarbij je aan een staalkabel in een tuigje 100 m boven een ravijn en rivier naar de andere kant 'zipt'.
Op een van die stranddagen lag vlak naast ons - want hutje-mutje - een dertiger die door twee vrouwen liefdevol en geduldig in de meest comfortabele positie werd gelegd. Zijn ledematen waren volledig weggekwijnd - waarschijnlijk doordat hij verlamd was geraakt. Toen hij even half rechtop werd geholpen, zag ik hem: halflang haar, type ondernemer in een creatief beroep, mooie kop en een uitdrukking die ik alleen maar kan omschrijven als 'verbeten gelatenheid'. Met de nadruk op verbeten. Het leven lachte hem toe, de wereld lag voor hem open, totdat een afschuwelijk ongeluk - waarschijnlijk - daaraan abrupt een einde maakte.
En ik keek even naar mijn twee kerngezonde jongens, die nu eens niet aan het swipen of kibbelen waren, maar met duikbrillen heerlijk in de heldere zee aan het spartelen waren.
In ons eerste appartementje vlakbij het piepkleine en prachtige Dalmatische stadje Trogir hing het wachtwoord pontificaal op de muur geplakt, boven de tv - die overigens niet is aangeroerd, en die in mijn optiek in de gebrekkige keuken beter een extra kastje had kunnen zijn met een wat uitgebreider arsenaal aan keukenspullen. Maar hey, mij hoor je niet klagen - zolang het WiFi-wachtwoord maar bekend is. WiFi was op deze locatie heel gebrekkig, dus dat verpestte natuurlijk de eerste vakantieweek al. Dat je binnen 2 minuten op een heerlijk strandje met kristalheldere zee stond, boeide natuurlijk niet. Het eeuwenoude plaveisel in Trogir, waarover al vanaf de Romeinse tijd miljoenen voeten hebben gelopen ook niet. Laat staan de historische binnenstad van Split - waar je eigenlijk rondwandelt binnen de muren van het paleis van de Romeinse keizer Diocletianus. Niet interessant, want niet online....
Heel herkenbaar voor elke puberouder waarschijnlijk. En wat ergerlijk dat je je eigen ouders hoort praten en je vermanen - wat loop je weer te hangen, ga eens wat doen, lig je nou nog in je bed....? Om de kindertjes uit Biafra er maar niet met de haartjes bij te slepen. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik ook ooit als puber (een jaar of veertien) bijna een hele week - althans in de beleving van mijn ouders - in de kajuit van een bootje heb doorgebracht terwijl mijn ouders daarmee de Theems afvoeren. Beresaai, al die oevers en stadjes langs de kant. Maar wat deed ik in het vooronder? Ik was volkomen gegrepen door een creatieve flow, en zat al die uren gordijnstoffen te ontwerpen met een groot pak viltstiften voor mijn neus. In de rotsvaste overtuiging dat ik na de vakantie contact zou opnemen met een fabrikant van gordijnstoffen en dat die mijn ontwerpen natuurlijk direct zou kopen. Toch iets anders dan urenlang passief YouTube-filmpjes van internetgekkies bekijken.
En natuurlijk: we hebben met zijn allen genoten van de Plitvice-meren (National Park: bovenaards mooi, maar ontloop de Japanners!), het zwemmen in de heerlijke zee en het zwembad, ijsjes, pizza's en de jongens van de doodenge Zip Line waarbij je aan een staalkabel in een tuigje 100 m boven een ravijn en rivier naar de andere kant 'zipt'.
Op een van die stranddagen lag vlak naast ons - want hutje-mutje - een dertiger die door twee vrouwen liefdevol en geduldig in de meest comfortabele positie werd gelegd. Zijn ledematen waren volledig weggekwijnd - waarschijnlijk doordat hij verlamd was geraakt. Toen hij even half rechtop werd geholpen, zag ik hem: halflang haar, type ondernemer in een creatief beroep, mooie kop en een uitdrukking die ik alleen maar kan omschrijven als 'verbeten gelatenheid'. Met de nadruk op verbeten. Het leven lachte hem toe, de wereld lag voor hem open, totdat een afschuwelijk ongeluk - waarschijnlijk - daaraan abrupt een einde maakte.
En ik keek even naar mijn twee kerngezonde jongens, die nu eens niet aan het swipen of kibbelen waren, maar met duikbrillen heerlijk in de heldere zee aan het spartelen waren.
zondag 14 juni 2015
Opruimen
Opruimen, opruimen, opruimen..... Veel kinderspeelgoed, foto's en memorabilia uit eigen jeugd komen we tegen in dozen in de garage - die op korte termijn een heel stuk leger moet in verband met het plaatsen van onze nieuwe c.v.-installatie (eindelijk!). Zo ook mijn poesiealbum waarin mijn beide ouders een mooie bijdrage hebben geschreven. Waardevolle woorden die je af en toe nog eens kunt teruglezen - en erin vinden wat zij mij hebben willen meegeven. Natuurlijk staat het album ook vol met afgezaagde rijmpjes van schoolvriendinnen zoals "tip-tap-top, de datum heeft een hoedje op" en "vlijtig en net, is dat niet sprekend Carolientjes portret?" (Ha! vlijtig was ik misschien wel, netjes zeker niet - een regelrechte sloddervos).
Poesiealbum, lp's (Warm Aanbevolen! Romance en France!) en andere spulletjes bieden weer zo'n kaleidoscopische blik in een ver verleden. Zo moest ik opeens denken aan de 'Dagjes' die ik vroeger schreef en in soms ongeloofwaardige hoeveelheden uit mijn oude typemachine rammelde. Degenen die mij kennen, weten dat ik 'gezegend' ben met een rijke fantasie. Dat heeft zijn nadelen - onschuldig plekje is afschuwelijke ziekte, man of kind 10 minuten te laat is fataal verkeersongeluk - maar zeker ook zijn voordelen. Voordelen die zich in de 'Dagjes' uitkristalliseerden: de dagelijkse gebeurtenissen van een fictief gezin, de familie Van Houten. Mijn moeder maakte altijd - hetzij meteen, hetzij na het afronden van haar taak - tijd om onder het genot van een kop thee mijn nieuwe 'Dagje' te lezen. Nooit merkte ik wrevel of tegenzin, altijd gaf ze mij opbouwende kritiek. Wat een waardevolle herinnering.
Genoemde familie Van Houten woonde in een prachtig ruim, vrijstaand pand aan de Rozenlaan 7. Die ruime villa was ook wel nodig, want het gezin van vader David en moeder Molly telde maar liefst zes kinderen, waaronder 2 tweelingen die binnen 14 maanden werden geboren. Lichtelijk ongelooflijk, ja, en na wat opbouwende input van mijn moeder heb ik het verhaal van Molly ook wat aangepast: ze stortte uiteraard in na de geboorte van tweeling 2. De 'Dagjes' waren grotendeels een weerspiegeling van de kleine gebeurtenissen, prettig of verdrietig, in mijn eigen leven, maar de waarheid bij de Van Houtens was natuurlijk veel rooskleuriger. Zo had mijn alter ego Jessica een tweelingbroer David met wie ze twee handen op een buik was. En als hij eens geen tijd had, was daar altijd nog de iets jongere meisjestweeling Margriet en Susanne. Om over te moederen had Jessica nog twee jongere broertjes, Petertje en Tim. En natuurlijk een hele hoop leuke neven en nichten (die ik niet had).
De moraal van dit verhaal? Die is er niet, haha. Behalve dan misschien dat je fantasie ook vaak wel toereikend is en je al die rotzooi in de garage of op je zolder helemaal niet nodig hebt.
Poesiealbum, lp's (Warm Aanbevolen! Romance en France!) en andere spulletjes bieden weer zo'n kaleidoscopische blik in een ver verleden. Zo moest ik opeens denken aan de 'Dagjes' die ik vroeger schreef en in soms ongeloofwaardige hoeveelheden uit mijn oude typemachine rammelde. Degenen die mij kennen, weten dat ik 'gezegend' ben met een rijke fantasie. Dat heeft zijn nadelen - onschuldig plekje is afschuwelijke ziekte, man of kind 10 minuten te laat is fataal verkeersongeluk - maar zeker ook zijn voordelen. Voordelen die zich in de 'Dagjes' uitkristalliseerden: de dagelijkse gebeurtenissen van een fictief gezin, de familie Van Houten. Mijn moeder maakte altijd - hetzij meteen, hetzij na het afronden van haar taak - tijd om onder het genot van een kop thee mijn nieuwe 'Dagje' te lezen. Nooit merkte ik wrevel of tegenzin, altijd gaf ze mij opbouwende kritiek. Wat een waardevolle herinnering.
Genoemde familie Van Houten woonde in een prachtig ruim, vrijstaand pand aan de Rozenlaan 7. Die ruime villa was ook wel nodig, want het gezin van vader David en moeder Molly telde maar liefst zes kinderen, waaronder 2 tweelingen die binnen 14 maanden werden geboren. Lichtelijk ongelooflijk, ja, en na wat opbouwende input van mijn moeder heb ik het verhaal van Molly ook wat aangepast: ze stortte uiteraard in na de geboorte van tweeling 2. De 'Dagjes' waren grotendeels een weerspiegeling van de kleine gebeurtenissen, prettig of verdrietig, in mijn eigen leven, maar de waarheid bij de Van Houtens was natuurlijk veel rooskleuriger. Zo had mijn alter ego Jessica een tweelingbroer David met wie ze twee handen op een buik was. En als hij eens geen tijd had, was daar altijd nog de iets jongere meisjestweeling Margriet en Susanne. Om over te moederen had Jessica nog twee jongere broertjes, Petertje en Tim. En natuurlijk een hele hoop leuke neven en nichten (die ik niet had).
De moraal van dit verhaal? Die is er niet, haha. Behalve dan misschien dat je fantasie ook vaak wel toereikend is en je al die rotzooi in de garage of op je zolder helemaal niet nodig hebt.
donderdag 21 mei 2015
Optelsommetjes
![]() |
| 9 maanden oud, en volop in de hondenpuberteit! |
Zo heeft onze Cisco de laatste tijd wat last van hormonale schommelingen. De hondenpuberteit dus. En wij maar denken dat het aan tekortkomingen in onze toch zo vlijtige en consequente opvoeding lag! Hond + rennende kinderen = ook zo eentje. Eventueel, maar niet noodzakelijkerwijs, te combineren met hond + puberteit. Cisco heeft in de afgelopen tijd al menig kind de stuipen op het lijf gejaagd - maar echt, hij wil alleen maar spelen! Laatst kreeg Cisco, die op dat moment op een veldje losliep, twee broertjes in de peiling. Knulletjes van een jaar of zes, zeven, met knalrode shirtjes aan. Yes.... spelen! Niet dus. Broertje 1 bleef rustig staan, maar broertje 2 werd bang en begon rondjes te rennen. Er kwam heel wat vrouwkracht aan te pas om knulletje en hond te scheiden: ene arm beschermend om het jongetje heen (die wilde natuurlijk alleen maar naar mama) en andere arm de hond afwerend. Er gebeurde in wezen niets - maar het kwaad was al geschied. Toen zijn mama aan het geschrokken jongetje vroeg: Gaat het? was het antwoord: Nee. En toen heel zachtjes erachter aan: ik heb in mijn broek geplast.... Dat dit niet kan, is natuurlijk duidelijk. We doen er dan ook alles aan om het probleem te verhelpen....
Nog wat voorbeeldjes. Hond + vrienden = soms niet gemakkelijk (neem je je hond mee naar het absoluut onberispelijke huis van vrienden in een drukke stad?). Hond + mountainbiker = totaal onhoudbaar. Hond + pas gegierde akker = compleet goor. Hond + papiermand = overloop helemaal vol met papiersnippers. Zucht.
Maar.... er zijn ook heel veel leuke! Zo is een hond heel trouw, gezellig en een echte aanvulling op het gezin. Uh.... ik weet er even niet meer. Probeert u zelf wat optelsommetjes, heus, het is héél makkelijk. De sommetjes dan, hè, niet de opvoeding!
maandag 11 mei 2015
Verlate ode aan moeder (s)
![]() |
| Mijn moeder Gerda, waarschijnlijk 1976 |
Mijn eigen moeder had niets met moederdag. Waarschijnlijk zei ze meestal zoiets als ik nu ook doe: je kunt ook het hele jaar een beetje aardig zijn of eens iets voor je moeder doen. Daar is geen speciale moederdag voor nodig. Commerciële onzin, vond ze het een beetje. Misschien is het daardoor dat ik op moederdag niet extra emotioneel ben of bijzonder aan mijn moeder denk. Dat doe ik toch wel - op onverwachte momenten, zo door het jaar heen. Mijn jeugd kwam onlangs weer erg dichtbij doordat ik weer e-mailcontact heb met een 'oude' (correspondentie) vriendin. Toen we een jaar of twaalf waren, ontmoetten we elkaar op vakantie in Drenthe en zijn elkaar blijven schrijven, de meest mallotige brieven en bijbehorende volgekliederde en -getekende enveloppen die pubers maar kunnen bedenken. Zij woonde in Amsterdam, ik in het midden van het land, en over-en-weer logeren was iets waar je lang naar uitkeek. Door de uitwisseling van verhalen nu komen die jeugdjaren en vooral de ziekte en het overlijden van mijn moeder weer dicht om mij heen staan, soms op een confronterende manier.
Het is vandaag zo'n ongelooflijk prachtige lentedag - klassiek warm lenteweer dat van alle eeuwen is. Lammetjes, frisgroene blaadjes, heerlijke geuren in het bos. Jongste kind is thuis vanwege de (lange!) meivakantie, ik werk, tussendoor laten we samen de hond uit. Gewoon heerlijk gekeutel. En ik denk aan die paar woorden die mijn moeder ooit tegen mij zei toen het al lang duidelijk was dat ze niet meer beter zou worden, een paar woorden maar...: 'Ik had mijn kleinkinderen zo graag willen zien.' Mam, ze zijn er, en het gaat goed met ons allemaal. Waarom zit ik dan toch met tranen in mijn ogen achter mijn computer? Op deze stralende dag in mei.
Abonneren op:
Posts (Atom)

